Gisterdag was een welgevulde muzikale dag. Welgevuld als in: elke druppel kan de emmer doen overlopen.
Het begon des middags in
het Depot met een infosessie rond
Popfolio. Dat is een project van
Poppunt en andere partners waarbij acht muziekgroepen worden omringd met een journalist, een fotograaf, een
cineast en een lay out-iemand. U mag zelf raden bij welke cathegorie ik hoor. Het doel is uiteraard de beste te zijn en het bereiken van dat doel wordt gestimuleerd met prijzen. Ikzelf werd door het toeval en mijn scherpe pen gekoppeld aan
the Fortunate Few, een Dilbeeks gezelschap dat de folkpop bedrijft. U hoort er nog wel van.
Daarna ging ik de
trein op naar
Brussel, de hoofdstad van het surrealisme voor een portie
Dillinger Escape Plan in de
club van de
AB. Hiervoor had ik mijn vertrouwen gelegd in de armen van
professor Rötelflöt, die zelf pas 's avonds de ontsnappingsplannen ging evalueren. Ik heb geen spijt. De professor heeft mij nog nooit teleurgesteld. Dillinger Escape Plan was de dag des oordeels in een dikke vijftig minuten gepropt. Zelden een stel muzikanten zo letterlijk met zichzelf zien
worstelen. De frontman had de beste biceps sinds
Henry "the Hulk" Rollins en toonde
die hardcoremietjes van de dag ervoor wat écht brullen is. Dit was een roedel weerwolven die bloed hadden geroken en mijn ingewanden op het avondmenu wilden. Toen ik de AB verliet was het nog licht buiten en dat was fucking desoriënterend. Hoe zou u zelf zijn?
Op de
bus naar huis deed ik een klein dutje en toen ik wakker werd had ik vooral nood aan een welgemikt shot
popmuziek. Ik dus met
Sander Yezerskiy en
Big Nasty J. naar de achtste voorronde van
Humo's Rock
Rally in het Depot. Mijn opwinding werd snel in de kiem gesmoord. Ik werd ronduit brutaal bij de keel gegrepen door rapper Swizzy Blades van het Leuvense hiphopcollectief L'Ame Buccale. De man was het niet eens met
mijn recensie van hun passage bij de Rockvonkfinale en wilde tekst en uitleg. Na veel gespartel, genuanceer en gesmeek voor mijn leven liet hij mij gaan. Ik viel op mijn knietjes als een moslim en dankte de Heer.
Omdat toeval niet bestaat mocht datzelfde
L'Ame Buccale de voorronde aftrappen. Ik vond hen beter dan op Rockvonk. Meer dan veertig jaar na
Leuven Vlaams
kickten ze een eerbetoon aan die edele stede in het Frans en het Engels. Dubieus to say the least.
Vervolgens was het aan
Bad Cirkuz, ook al geen onbekenden voor mijn oren. De sterke en zwakke punten van dit soulgezelschap werden pijnlijk duidelijk. Het circus beschikt over een krachtige
zangeres en een doeltreffende sound. Alleen laten ze hun nummers veel te lang aanslepen. Een goede eindredacteur lijkt ons noodzakelijk.
Het is tegenwoordig verplicht in elke Rock
Rally dat er wat piepjong grut van de lagere schoolbanken wordt geplukt om met gitaar en al het podium opgeduwd te worden. Zaterdag viel die eer te beurt aan
Barefoot & The Shoes. Een duo dat regelmatig de straatmuzikant uithangt in de Diestsestraat ter hoogte van het beeld van de bakkersjongen. De twee brachten doorleefde blues inclusief
silly hoedje die rechtstreeks van de katoenvelden langs de Mississippi leek te komen.
Look & Trees speelde leuke enthousiaste rammelrock die kopje onder ging door een overdaad aan ideeën. Voorbeelden werden te slaafs nagevolgd. Volgende keer beter, jongens.
School Is Cool was het randgeval van de avond. Hun groepsnaam is knulliger dan het cultuurbeleid van
Joke Schauvliege. Hun act leek op een workshop crea in een opvangcentrum voor verstandelijk gehandicapten. Het ongebreidelde enthousiasme spatte er echter van af. Vooral van de percussionist rechts dan. In
no time lag Het Depot aan de voeten van School Is Cool. Respect!
Silverfish was de vreemde eend in de bijt. Vier heren in strakke kostuums, de bassist zelfs met een paardenstaart. Poprock gladder dan een hamster in de anus van
Richard Gere. Los van de occasionele valse noot zal Silverfish ongetwijfeld enige belofte hebben. Het zou me echter verbazen moesten ze die in de Rock
Rally waarmaken.
Een streepje metal op zijn tijd apprecieer ik ten zeerste en gisterdag stond
Emperors Of Decay daarvoor in. De heren hadden hun microfoonstandaarden bekleed met kerstlampjes en tekenden alzo voor de meest gaye gimmick van de avond. Hun metal klonk solide maar niet origineel.
Toen volgden er nog drie groepen maar bij mij sloeg de vermoeidheid zo hard toe dat ik "au" zei. Ik ben dan maar huiswaarts gekuierd om mijn hoofd te rusten te leggen in de mist van mijn bed. Dat was het einde van een welgevulde muzikale dag. Welgevuld als in: elke druppel kon de emmer doen overlopen.