Ik vind de man die ik ben als ik gedronken heb niet meer leuk. Hij is irritant. Luid. Boers. Ik schaam mij voor hem. Plaatsvervangend bij wijze van spreken. Met dan het verschil dat het niet plaatsvervangend is, dat ik hem echt ben. Die man is mij +
alcohol. Ik haat
wiskunde nog meer dan een dronken Geert. Vandaar dat het tijd is om
Koning Alcohol een tijd uit mijn leven te bannen. Een maand bijvoorbeeld.
Deze maand bijvoorbeeld. Vandaar dat ik gisterdag een half uur voor middernacht mijn laatste pint bestelde. Die ene for the road. Die ene om het af te leren.
Eerder gisterenavond bevond ik mij met de eeuwige
San F. Yezerskiy en een random toneelschrijfster op
Jazz Op Zondag in het
Stukcafé. Ik ben een gewoontedier. San F. Yezerskiy is een vleugeljongen. De toneelschrijfster is random.
I H8 Camera speelde ten dans. Dat vreemde, al te vreemde improvisatiecollectief rond soul brother number one
Rudy Trouvé. Verder
Elko Blijweert en
Teuk Henri op gitaar, Bart Maris op blazers en elektronica,
Jeroen Stevens op drums en
Craig Ward als een verveelde Microsoftambtenaar aan de personal computer.
Het resultaat was een opwindende mix van kermisjazz, botsautonoise, lunaparkambient, reuzenradgefröbel en smoutebollenliederen. Gitaren die als alles klonken behalve als gitaren. Gutsende klanken, verstoven klanken, verdoofde klanken. Het meest nice was nog wel dat blaasman Bart Maris verrassend vaak de leiding nam van de improvisaties. Veruit de beste
Jazz Op Zondag die ik ooit heb gezien en meer zeg ik daar niet over. Niet omdat ik er niets meer over te zeggen heb maar omdat ik moet leren mij te beheersen en te zwijgen gelijk
Boeddha.