Mag ik u presenteren:
Bospop, afgelopen vrijdag? Omdat er leven is na
Werchter. Omdat er Neil Young is na Werchter. Omdat er oude zakkenfestivals zijn na
Werchter Classic. Omdat Nederlands Limburg een beetje Limburg is. Omdat Limburg een beetje
buitenland is. Omdat iedereen weet dat Weert
nergens is. Omdat
Jarne en ik niet meer zo heel veel quality time hebben met de daddy. Omdat mijn mammie zonder mij naar
Lenny is gaan kijken. Omdat het een symbolische daad is de Vlaamse feestdag in het
buitenland door te brengen. Omdat
België blijft.
We werden onthaald door
Everest, broze, brave rootspoppers uit Los Angeles met een three axe attack die er nooit echt toe deed. Het gezelschap coverde
You Ain't Goin' Nowhere van
Dylan en eindigde met een lekker stukje jam. Het zegt misschien genoeg dat het vlak na hun laatste noot stopte met regenen. Aan Gods goede smaak wordt niet getwijfeld.
Vervolgens was het aan
the Waterboys. Hen kende ik vaagjes. Het is te zeggen, hun hit
The Whole Of The Moon, die ze niet gespeeld hebben, werd wel eens gedraaid in
De Ark, de discotheek van de laatste kans in Hechtel. Voor u foute conclusies over mijn uitgaansleven trekt: ik werkte daar.
Professor Rötelflöt werd daar wel gesignaleerd op de
dansvloer. Geen wonder dat hij tegenwoordig
ondergedoken leef in de Vogezen.
Maar the Waterboys dus en hun aanstekelijke folkrock. Denk aan hippies op het mardi gras. Denk aan
the Pogues op valium. Het soort muziek waarbij het onmogelijk is om stil te staan al kun je het zonder problemen houden bij wat knikken met de knieën. Hoogtepunt was een sober antivooruitgangsliedje. Wie daarenboven
Stalin kan opvoeren zonder door de mand van zijn luchtballon te vallen staat safe in mijn cool book.
De man hemzelf dan ten slotte:
Neil Young. Dit is niet de plaats om het historisch belang van Shakey definitief te schetsen. Al heeft heeft Doctor Shakes wel de beste
Unplugged ever afgeleverd. Dit is niet het moment om te getuigen van mijn grote liefde voor Ome Neil. Al is
Harvest wel de essentiële soundtrack bij mooie zomerdagen én bij de lange, bange uren van een gebroken hart.
Dit is gelukkig wel de juiste tijd en plaats om te stellen dat het gisteren een beestig optreden was. Niet eens omdat het van
the Rawönes was geleden dat ik zo hard naar iets had uitgekeken. Vanaf nu zouden alle optredens moeten beginnen met
Powderfinger. Een uur Uitgepuurde Rock volgde. Met gitaarsolo's en -duels waar het verenigd gild der
postrockers nog veel van kan leren.
Down By The River was het absolute hoogtepunt hiervan.
Kortom, Neil Young: he could drive me over the rainbow and send me away. Somewhere on a desert highway he rides a
Harley-Davidson. Had ik een miljoen op overschot zoals de Schuer, ik liet hem afkomen naar mijn achtertuin. Neil Young heeft meer stijl dan een homo en meer huizen dan Philip Dewinter
Graag zou ik nog enige woorden wijden aan de
Nederlandervaring. De security was de strengste die ik al heb meegemaakt, boeiend werk maar slecht betaald. Ik ben gefouilleerd for God's sake en daarbij halvelings in het
kruis getast. Het cliché dat Hollangers door alles heen praten, blijkt ook waar te zijn. Doorheen elk nummer doken spreekkoren op à la "kippenvel", "prachtig", "eigenzinnige nummerkeuze" et j'en passe. Daarnaast probeerden ze op het onbeleefde af zo ver mogelijk naar voor te kruipen. Bovendien wurmden ze zich elk kwartier terug naar achter om bier te halen.
Maar toffe jongens, hoor. We waren er immers te gast. Ter hunner verdediging: nog nooit zo vlot een parkingplaats gevonden en achteraf verlaten. Bovendien bleek
Ted Nugent later dat weekend nog aan te treden. En dat op nauwelijks twintig kilometer van
het thuisfront. Volgend jaar een gans weekend met de
tent, fuck yeah!