Een van de nadelen van een bestaan vol
zelfverheerlijking is dat ik mij nauwelijks twee duimen groot voel wanner iemand doorheen dat schild prikt. Zo kreeg ik onlangs de opmerking dat ik voor een overgroot deel van mijn vaste vriendenkring nog op de KUB leun. Ook al is het duizend nachten geleden dat ik nog op de KUB zat. Ook al bestaat de KUB niet meer.
Een van die KUB-contacten is gewaardeerd popkenner Klaas. In de tijd maakten wij geregeld de concertzalen van Brussel,
Leuven en omstreken onveilig. Dat is allemaal wat verwaterd toen Klaas afstudeerde en werk ging zoeken terwijl ik bleef aanmodderen.
Soms krijg ik emails van Klaas. Maandag tien november bijvoorbeeld. "Goesting om op vrijdag 5 december naar
the Residents te gaan zien in het Depot?", stond daarin. "Eigenlijk wel ja", was mijn aarzelende antwoord. En alzo geschiedde het.
The Residents zijn een legendarische experimentele rockgroep die bovendien al vier decennia volledig anoniem is. De heren hadden hun recentste album
The Bunny Boy meegebracht. Het ging om vier heren die smokings combineerden met konijnenmaskers. Twee man op keyboards, een gitarist en iemand op een
bizar soort drums.
Dan was er nog de zanger/acteur/danser die het titelpersonage incarneerde. Hij speelde een paranoïde white trash weirdo met een konijnenfetish. Hij was op zoek naar zijn broer Harvey en dan was er ook nog iets met de apocalyps in
Griekenland dan wel in
Arkansas. De verhaallijn was niet meteen transparant.
Liedjes, monologen en filmfragmenten wisselden elkaar af zodat niets echt begon te vervelen. Die liedjes bestonden uit een soort martiaanse parodie op
popmuziek. Denk aan een collaboratie tussen Frank Zappa en Kraftwerk. De
muziek kwamen eigenlijk te weinig aan bod. Het was eerder muziektheater dan een concert.
Hoewel het zeker niet tegenviel en ook nauwelijks te lang duurde, valt dit toch eerder eufemistische "een ervaring" te noemen. Het soort ervaring waar ik als
muzieksnob nog lang op ga teren. Tenzij ik natuurlijk de
rectorsverkiezing win, dan ga ik daar lang op teren. Denk Geert, doe Geert, stem Geert!
And now for something completely different! Een crappy anekdote om af te sluiten! Mijn thuisbureau begon wat uit te puilen van de CD's dus heb ik een meerderheid daarvan het CD-rek ingeflikkerd. Ik hanteer aldaar een strikte alfabetische volgorde, er is zo al genoeg chaos in mijn leventje. Dat leidde tot volgende combinaties:
Homer kwam voor
Hooverphonic en
Turbonegro na
Turalura. Niet haha-funny. Ook niet anders-funny. Maar u moest mij eens zien grijnzen. Geertheidswaanzin noemt
Yezerksiy dat en hij heeft gelijk.